Abraham de Swaan



Foto: Boris de Swan, Mexico

Wikipedia

Door Johan Heilbron

Abram de Swaan behoort tot de meest veelzijdige sociologen in de wereld. Niet alleen heeft hij klassieke studies op zijn naam staan over coalitievorming, de verzorgingsstaat en het wereldtalenstelsel, hij schreef ook een veel gelezen inleiding tot het vakgebied, De Mensenmaatschappij, en publiceert al jaren krantenstukken en langere opstellen.

Wie zich afvraagt wat een sociologische column is, of hoe een sociologische bijdrage aan de publieke discussie eruit ziet, kan daarvoor te rade gaan bij De Swaan. Hij schrikt niet terug voor een mening, maar zijn bijdragen aan dag- en weekbladen zijn toch meer sociologische verkenningen dan beredeneerde opinies. Uit zijn werk spreekt betrokkenheid bij maatschappelijke vraagstukken, maar die wordt steevast overheerst door een aanstekelijke en sterk analytische nieuwsgierigheid. En bij alle literaire allure zijn ook zijn columns toch meer sociologische miniaturen dan onderhoudende cursiefjes. De Swaan heeft de sociologie niet alleen verrijkt met belangwekkende wetenschappelijke studies, hij heeft ook publieke vormen van vakbeoefening beproefd, die velen – binnen en buiten de sociale wetenschap – hebben weten te inspireren.

Abram de Swaan (1942) deed voor het eerst van zich spreken door scherpzinnige en met flair geschreven stukken in het Amsterdamse studentenblad Propria Cures. Na zijn studie politieke wetenschappen vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij aan de universiteiten van Yale en Berkeley aan zijn proefschrift werkte, en tegelijk radiocolumns verzorgde voor de VPRO. Zijn dissertatie over coalitievorming was een vroege bijdrage aan de mathematische politicologie, werd bekroond, en de auteur werd er ‘wereldjeberoemd’ mee. Na in 1973 tot lector en vier jaar later tot hoogleraar sociologie te zijn benoemd, legde De Swaan zich in Amsterdam toe op de door hemzelf bedachte ‘verzorgingssociologie’ – het studiegebied waarin onderwijs, zorg en sociale zekerheid in hun onderlinge samenhang worden bestudeerd. Hij ontleedde de sociale dynamiek van verzorgingsarrangementen, en raakte geïntrigeerd door de vraag hoe mensen ‘in en aan elkaar zitten.’ De verwevenheid van sociale en psychische processen verkende hij met hulp van de psychoanalyse, die hij schijnbaar moeiteloos combineerde met sociologische en economische inzichten. Voor de brede historische sociale wetenschap die hij voorstond richtte hij, samen met Johan Goudsblom en anderen, in 1987 de Amsterdam School for Social Science Research (ASSR) op, een onderzoeksschool die de broedplaats werd voor goed geschreven, sociologisch-historische studies.

Na Zorg en de staat (1989) verschoof het zwaartepunt van zijn werk naar processen van mondialisering. Hij schreef over de wording van de transnationale samenleving, over de gevolgen daarvan voor natiestaten, en voor veranderende identificaties en desidentificaties. In Woorden van de wereld (2002) ontwierp hij een sociologie van het wereldtalenstelsel. Al enige tijd werkt hij aan een studie naar de dynamiek van massaal geweld.

De Swaan was geregeld gasthoogleraar – in Florence, New York, Boedapest, Parijs – , columnist bij NRC handelsblad en bijna een kwart eeuw redacteur van het culturele maandblad De Gids. Hij is lid van verschillende Academies; in 2007 kreeg hij als eerste – en tot op heden enige – sociale wetenschapper de P.C Hooft-Prijs.